Home                 Restaurant                 Menukaart                 Desserts                 Foto's                Wijnen                Dimitra                Contact  


 

Godin Dimitra (Demeter)

Hoewel de priesteressen van Dimitra (Demeter), de godin van het korenveld, bruiden en bruidegoms inwijden in de geheimen van het echtelijk bed, heeft ze zelf geen echtgenoot. Toen ze nog jong en vrolijk was, baarde ze Zeus, haar broer, uit een buitenechtelijke verhouding van Kore en de wellustige Iakchos. Verder baarde ze Ploutos, als zoon van de Titaan Iasios, op wie ze verliefd werd tijdens de bruiloft van Kadmos en Harmonia. In vuur en vlam gezet door de nektar, die op het feest als water stroomde, glipten de verliefden het huis uit en beminden elkaar openlijk op een driemaal geploegd veld. Bij hun terugkomst giste Zeus op grond van hun gedrag en de modder op hun armen en benen wat ze hadden gedaan, en in woede ontstoken over het feit dat Iasios het had gewaagd Dimitra aan te raken doodde hij Iasios met een bliksemflits. Sommigen zeggen echter dat Iasios door zijn broer Dardanos werd gedood of door zijn eigen paarden aan stukken werd gescheurd.

Dimitra zelf heeft een vriendelijke ziel en Erysichthon, zoon van Tropias, was een van de weinige mannen die ze ooit hardvochtig heeft behandeld. Aan het hoofd van twintig metgezellen waagde Erysichthon het een  boomgaard binnen te dringen die de Pelasgen voor haar in Dotion hadden geplant en begon de heilige bomen om te hakken omdat hij het hout voor zijn nieuwe banketzaal wilde gebruiken. Dimitra nam de gedaante aan van Nikippe, de priesteres van de gaarde, en gelastte Erysischthon op vriendelijke toon van zijn plan af te zien. Pas toen hij haar met zijn bijl bedreigde onthulde ze zich in al haar pracht en veroordeelde hem eeuwig honger te lijden, hoeveel hij ook at. Hij keerde terug naar de maaltijd en laafde zich de hele dag op kosten van zijn ouders, maar werd, naarmate hij meer at, hongeriger en magerder, tot ze het zich niet langer konden veroorloven hem van voedsel te voorzien en hij een bedelaar werd die op straat vuil at. Pandareos de Kretenzer daarentegen, die de gouden hond van Zeus stal en haar zo wreekte voor de moord op Iasios, beloonde ze met de vorstelijke gift dat hij nimmer buikpijn zou hebben.

Dimitra verloor haar vrolijkheid voorgoed toen de jonge Kore, die nadien Persephone heette, haar werd afgenomen. Hades werd verliefd op Kore en ging Zeus toestemming vragen haar te huwen. Zeus vreesde zijn oudste broer te kwetsen door dit zondermeer te weigeren, maar wist ook dat Dimitra het hem niet zou vergeven als Kore naar Tartaros zou worden gezonden; hij antwoordde daarom diplomatiek dat hij zijn toestemming noch kon geven noch kon weigeren. Dit stemde Hades driest genoeg om het meisje te ontvoeren terwijl ze in een weide bloemen aan het plukken was - het kan gebeurd zijn in het Siciliaanse Enna, of in het Attische Kolonos, of in Hermione, of ergens op Kreta, of in de buurt van Pisa, of in Lerna, of bij de Arkadische stad Pheneos, of bij het Boiotische Nysa, of ergens anders in de ver uiteenliggende streken die Dimitra op haar zoektocht naar Kore aandeed. Haar eigen priesters zeggen echter dat het in Eleusis is gebeurd. Zonder zich rust te gunnen zocht ze Kore negen dagen en nachten, terwijl ze at noch dronk, en de hele tijd vruchteloos riep. Het enige nieuws kreeg ze van de oude Hekate, die Kore op een ochtend ' ik word verkracht ! ik word verkracht ' had horen roepen, maar geen teken van haar bespeurd toen ze te hulp was gesneld.

Op de tiende dag kwam Dimitra, na een onaangename ontmoeting met Poseidon tussen de kudden van Onkos, vermomd in Eleusis aan, waar koning Keleos en zijn vrouw Metaneira haar gastvrij ontvingen en ze werd uitgenodigd te blijven, als zoogster van Demophoön, de onlangs geboren prins. Hun verlamde dochter Iambe trachtte Dimitra met geestige en wellustige verzen te troosten, en de baker, de oude Baubo, overreedde haar met een grapje gerstewater te drinken: ze kreunde alsof ze van een kind moest bevallen en toverde onverwacht vanonder haar rok Dimitra eigen zoon Iakchos te voorschijn, die in zijn moeders armen sprong en haar kuste.

' O, wat drinkt u gulzig ! ' riep Abas, een oudere zoon van Keleos, toen Dimitra de kroes gerstewater, die met munt was gekruid, met grote slokken leegdronk. Dimitra wierp hem een grimmige blik toe, en veranderde hem in een hagedis. Ietwat beschaamd over haar gedrag besloot Dimitra nu Keleos een dienst te bewijzen door Demophoön ontsterfelijk te maken. Die nacht hield ze hem boven het vuur om zijn sterfelijkheid weg te branden. Metaneira, die de dochter van Amphiktyon was, kwam toevallig de zaal binnen voor het proces was voltooid en verbrak de betovering. Demophoön stierf dus. ' Mijn huis is een ongelukshuis ! ' klaagde Keleos, die het lot van zijn beide zoons beweende en sindsdien Dysaulos heette. ' Droog je tranen, Dysaulos, ' zei Dimitra. ' Je hebt nog drie zoons, onder wie Triptolemos, die ik zulke grote gaven wil schenken dat je je dubbele verlies zult vergeten. '

Want Triptolemos, die het vee van zijn vader hoedde, had Dimitra herkend en haar het nieuws verschaft dat ze nodig had: tien dagen daarvoor waren zijn broers Eumolpos, een schaapherder, en Euboulos, een zwijnenhoeder, buiten in de velden geweest om hun dieren te voeden, toen de aarde plotseling was opengespleten en pal voor zijn ogen de zwijnen van Euboulos had verzwolgen. Toen was er, met luid gestamp van hoeven, een door zwarte paarden getrokken strijdwagen opgedoemd en de kloof ingedoken. Het gezicht van de menner van de strijdwagen was onzichtbaar geweest, maar hij had zijn rechterarm stevig om een schreeuwend meisje geslagen gehouden. Eumolpos had het verhaal van Euboulos te horen gekregen en had het als onderwerp voor een klaagzang gebruikt.

Gewapend met deze bewijzen riep Dimitra Hekate bij zich. Samen benaderden ze Helios, die alles ziet, en ze dwongen hem toe te geven dat Hades de boosdoener was geweest, die zijn snode daad ongetwijfeld na samenspraak met zijn broer Zeus had begaan. Dimitra was zo kwaad dat ze, in plaats van naar de Olympos terug te keren, op aarde bleef rondzwerven en de bomen verbood vrucht te dragen en de gewassen verbood te groeien, tot het mensenras dreigde te worden uitgeroeid. Zeus, die zich te veel schaamde om Dimitra persoonlijk in Eleusis te gaan bezoeken, stuurde haar eerst een boodschap via Iris (waraan ze geen aandacht besteedde), en vervolgens een afvaardiging van de Olympische goden met verzoenende geschenken, die haar smeekte zich naar zijn wil te schikken. Ze was echter niet bereid naar de Olympos terug te keren, en zwoer dat de aarde onvruchtbaar zou blijven tot Kore haar zou zijn teruggegeven.

Nu stond er Zeus nog maar één weg open. Hij zond Hermes met een boodschap naar Hades: ' Als je Kore niet teruggeeft is het met ons allen gebeurd ! ' en met een andere boodschap naar Dimitra: ' Je kunt je dochter terugkrijgen, op één voorwaarde: dat ze het voedsel der doden nog niet heeft geproefd. '

Omdat Kore sinds haar ontvoering had geweigerd zelfs maar een korst brood te eten, was Hades gedwongen zijn gekwetstheid te verbergen en zei haar op milde toon: ' Mijn kind, het schijnt dat je hier ongelukkig bent, en je moeder huilt om je. Ik heb daarom besloten je naar huis terug te sturen. '

Kores tranen stroomden nu niet meer, en Hermes hielp haar zijn wagen te bestijgen. Maar net op het moment dat ze naar Eleusis vertrok, begon een van Hades tuinlieden, Askalaphos genaamd, te schreeuwen en spottend te jouwen. ' Nu ik die Dame Kore, ' zei hij, ' een granaatappel uit je boomgaard heb zien plukken en zeven zaden ervan heb zien eten, ben ik bereid te getuigen dat ze het voedsel der doden heeft gegeten. ' Hades grijnsde en zei Askalaphos achterop de wagen van Hermes te gaan staan.

In Eleusis omhelsde Dimitra Kore vol vreugde, maar was na het horen van het verhaal over de granaatappel meer terneergeslagen dan ooit, en zei: ' Ik kom niet terug naar de Olympos en zal evenmin mijn vervloeking over het land opheffen ' . Zeus overreedde toen Rhea, de moeder van Hades, Dimitra en hemzelf, bij Dimitra te gaan pleiten en ten slotte werd er een compromis bereikt. Kore zou drie maanden per jaar in het gezelschap van Hades doorbrengen als Koningin van Tartaros met de titel  Persephone, en de resterende negen in het gezelschap van Dimitra. Hekate bood aan te controleren of deze regeling werd nageleefd en Kore voortdurend in de gaten te houden.

Dimitra stemde er uiteindelijk mee in naar huis terug te keren. Voor ze Eleusis verliet wijdde ze Triptolemos, Eumolpos en Keleos (samen met Diokles, de koning van Pherai, die al deze tijd koortsachtig naar Kore had gezocht) in haar eredienst en mysteriën. Ze strafte Askalaphos echter voor zijn praatjes door hem in een gat te duwen en dit met een groot rotsblok af te sluiten. Uit dit gat werd hij tenslotte bevrijd door Herakles. Daarna veranderde ze hem in een uil met korte oren.Voorts beloonde ze de Pheneioten uit Arkadië, in wier huis ze had verbleven nadat Poseidon haar had geschonden, met alle soorten graan maar verbood hun bonen te zaaien. Een zekere Kyamites was de eerste die dit aandurfde: hij heeft een heiligdom aan de rivier de Kephissos.

Triptolemos voorzag ze van zaaigraan, een houten ploeg en een door slangen getrokken wagen en ze zond hem over de hele wereld uit om de mensheid de kunst van de landbouw te leren. Maar eerst gaf ze hem onderricht op de Rarische Vlakte, wat de reden is waarom sommigen hem de zoon van koning Raros noemen En Rhytalos, die haar vriendelijk had behandeld op de oevers van de Kephissos, schonk ze een vijgenboom, de eerste die men in Attica ooit zag, en ze leerde hem hoe hij deze diende te cultiveren.

Kore, Persephone en Hekate waren duidelijk de Godin in Triade - als Meisje, Nimf en Oud Vrouwtje - in een tijd dat alleen vrouwen de mysteriën van de landbouw waarnamen. Kore staat voor het groene koren, Persephone voor de rijpe aar en Hekate voor het geoogste graan - de '  heks ' van het Engelse platteland. Dimitra was echter de gangbare naam van de godin, en Kore heeft de naam Persephone gekregen, wat een verwarrende factor in het verhaal is. De mythe met betrekking tot  het avontuur van Dimitra in het driemaal geploegde korenveld wijst op een vruchtbaarheidsrite die tot recent op de Balkan is blijven voortbestaan: de korenpriesteres heeft tijdens de herfstzaai waarschijnlijk openlijk met de heilige koning gepaard om een goede oogst te garanderen. In Attica werd het veld voor de eerste keer tijdens de lente geploegd: vervolgens, na de zomeroogst, haaks daarop geploegd met een lichter ijzer: en tenslotte, als er offers aan de goden van de landbewerking waren gebracht, tijdens de herfstmaand Pyanepsion nog eens, nu weer in de oorspronkelijke richting, geploegd als voorbereiding op het zaaien.

Persephone in Athene ook Persephatta genoemd en in Rome Proserpina was, schijnt het, een bijnaam van de Nimf als ze de heilige koning offerde. De bijnaam Hekate verwijst kennelijk naar de honderd lunaire maanden van zijn regering en naar de honderdvoudige oogst. De dood van de koning als gevolg van een bliksemflits, of door te tanden van paarden, of teweeggebracht door de tanist, was het lot dat hij in het primitieve Griekenland gewoonlijk onderging.

De ontvoering van Kore door Hades is een aspect van de mythe waarin de Helleense drieëenheid van goden met geweld de voor - Helleense Drievoudige Godin huwt - Zeus huwt Hera, Zeus of Poseidon huwt Dimitra, Hades huwt Kore. De mythen hebben betrekking op de overname door mannen van de vrouwelijke landbouwmysteriën in primitieve tijden. Zo vormt het incident dat Dimitra weigert de mensheid van koren te voorzien slechts een andere versie van Ino's samenzwering om de oogst van Athamas te vernietigen. Verder verklaart de mythe over Kore de in de winter plaatsvindende begrafenis van een vrouwelijke, uit koren vervaardigde pop, die vroeg in de lente weer werd opgegraven en dan bleek te zijn uitgelopen: dit voor-Helleense gebruik was in de klassieke tijd op het platteland nog in zwang en wordt geïllustreerd door vaasbeschilderingen waarop mannen Kore met behulp van houwelen uit een hoop aarde bevrijden of het hoofd van Moeder Aarde met bijlen openhakken.

Het verhaal over Erysichthon, de zoon van Tropias, is een anekdote met een moraal: evenals voor de Latijnen en de vroege Ieren bracht het neerhalen van een heilige boomgaard voor de Grieken de doodstraf met zich mee. Een wanhopige en zinloze honger, die door de Elisabethanen ' de wolf ' werd genoemd, zou echter geen geëigende straf zijn voor het vellen van bomen, en de naam Erysichthon - die ook wordt gedragen door een zoon van Kekrops de patriarch, die de gerstekoeken introduceerde - betekent ' hij die de aarde scheurt ', hetgeen suggereert dat zijn echte misdaad was dat hij het, net als Athamas, zonder toestemming van Dimitra waagde te ploegen. Pandareos ' diefstal van de gouden hond suggereert een Kretenzich optreden in Griekenland, toen de Achaiers trachtten het landbouwritueel te hervormen. Deze hond, die de Aardgodin werd afgenomen, schijnt het zichtbare bewijs te zijn geweest dat de Achaïsche Hoge Koning onafhankelijk van haar was.

De mythen over Hylas, Adonis, Lityerses en Linos beschrijven de jaarlijkse rouw om de heilige koning of voor de jongen die zijn plaats innam, en die werd geofferd teneinde de vegetatiegodin gunstig te stemmen. Deze zelfde plaatsvervanger treedt op in de legende over Triptolemos, die in een door slangen getrokken wagen reed en zakken koren droeg om te symboliseren dat zijn dood rijkdom bracht. Hij was ook Ploutos, die op het geploegde veld verwekt werd en aan wie Hades zijn eufemistische bijnaam 'Plouto ontleende. Triptolemos kan een titel zijn geweest die de heilige koning was toegekend omdat hij het driemaal had gewaagd het veld te ploegen en met de korenpriesteres te paren. Kekeus, Diokles en Eumolpos, die van Dimitra de kunst van de landbouw leerden, staan voor de priester-aanvoeders van de Amphiktyonische Bond - Metaneira word als dochter van Amphiktyon ten tonele gevoerd - die haar in Eleusis eerden.

In Eleusis, een Mykeense stad, werden in de maand die Boëdromion werd genoemd, de grote Eleusische Mysteriën gevierd. De in extase verkerende ingewijden van Dimitra voltrokken in een binnengedeelte van het heiligdom op symbolische wijze haar liefdesaffaire met Iasios, of Triptolemos of Zeus, door een fallisch voorwerp door een hoge vrouwenlaars op en neer te schuiven: op grond hiervan zou men kunnen zeggen dat Eleusis een in onbruik geraakte, verbasterde afleiding is van Eilythouies, ' [de tempel] van haar die in een schuilplaats als een razende tekeer gaat.'  De mystagogen kwamen vervolgens als herders verkleed met vreugdekreten binnen en toonden een wan die het kind Brimos, de zoon van Brimo, de directe vrucht van dit rituele huwelijk, bevatte. Brimo was een titel van Dimitra en Brimos, een synoniem van Ploutos, maar zijn aanbidders kenden hem het best als Iakchos - van de wilde hymne, de Iakchos, die op de zesde dag van de Mysteriën werd gezongen tijdens een processie met flambouwen die vanuit de tempel van Dimitra vertrok.

Eumolpos staat voor de zingende schaapherders die het kind binnenbrachten: Triptolemos is een koeienhoeder, in dienst van Io de Maangodin in haar gedaante van koe, die het korenzaad bevloeide, en Euboulos is een zwijnenhoeder, in dienst van de godin Marpessa, Phorkis, Choire of Kerdo, de Zwijngodin, die het koren liet uitkomen. Euboulos was de eerste die het lot van Kore onthulde, omdat ' zwijnenhoeder ' in de vroege Europese mythen waarzegger of magiër betekent. Zo wordt Eumaios, Odysseus zwijnenhoeder, aangesproken als dioos, en hoewel in de klassieke tijd zwijnenhoeders allang hun profetische kunsten niet meer beoefenden, werden er nog steeds zwijnen aan Dimitra en Persephone geofferd door ze in natuurlijke kloven te gooien. Van Euboulos wordt niet gezegd dat hij van het onderricht van Dimitra heeft geprofiteerd - waarschijnlijk omdat de cultus waarin ze als Zwijngodin werd vereerd in Eleusis was afgeschaft.

' Raros ' is, of het nu ' doodgeboren kind ' of ' baarmoeder ' betekent, een ongeëigende naam voor een koning en heeft waarschijnlijk betrekking gehad op de baarmoeder van de Korenmoeder, waaruit het koren ontsproot.

Lambe en Baudo personificëren de obscene liederen in jambische verzen die tijdens de Eleusische Mysteriën weden gezongen om de emotionele spanningen te verlichten, maar Lambe, Dimitra en Baudo vormen eveneens de vertrouwde triade van meisje, nimf en oud vrouwtje. Oude bakers staan in de Griekse mythen bijna altijd voor de godin als Oud Vrouwtje. Abas werd in een hagedis veranderd omdat hagedissen op de heetste en droogste plaatsen worden aangetroffen en het zonder water kunnen stellen: het verhaal is een anekdote met een moraal die werd verteld om kinderen respect voor hun ouders en eerbied voor de goden bij te brengen.

Het verhaal over Dimitra poging Demophoön ontsterfelijk te maken heeft parallellen in de mythen over Medeia en Thetis. Het heeft gedeeltelijk betrekking op het wijdverbreide primitieve gebruik kinderen tegen kwade geesten te ' immuniseren ' door bij de geboorte heilig vuur om hen heen te dragen of een hete bakplaat onder hen te houden, gedeeltelijk op het gebruik jongens levend te verbranden als een plaatsvervangengend offer voor de heilige koning en hen zo ontsterfelijk te maken. Keleus, de naam van de vader van Demophoön, kan zowel ' verbrander ' als ' specht ' als ' tovenaar ' betekenen.

Er rustte een primitief taboe op voedsel met een rode kleur, dat alleen de doden mocht worden aageboden. De granaatappel werd verondersteld, evenals de scharlakenrode anemoon met acht kroonbladeren, aan het bloed van Adonis, of Tammoez, te zijn ontsproten. De zeven zaden van de granaatappel staan wellicht voor de zeven fasen van de maan gedurende welke de boeren wachten tot de groene korenloten boven de aarde komen. Persephone die van de granaatappel eet is oorspronkelijk echter Sjeol, de Godin van de Hel, die Tammoez verslindt, terwijl Isjtar huilt om zijn geest te verzoenen. Hera droeg, als gewezen Doodsgodin, eveneens een granaatappel.

De askalaphos, of kortorige uil, was een ongeluksvogel, en de fabel met betrekking tot zijn voorspellende vermogens wordt verteld ter verklaring van het Iawaai dat de uilen in november maken, aan het begin van de drie wintermaanden, als Kore afwezig is. Askalaphos werd uiteindelijk door Herakles bevrijd.

De schenking van de vijg door Dimitra aan Phytalos, wiens familie in Attica een van de toonaangevende was, betekent niet meer dan dat het gebruik van vijgbevruchting - het bestuiven van de inheemse boom met een tak van de wilde - in die zelfde periode evenals de landbouw niet langer een vrouwelijk prerogatief was. Het taboe op het planten van bonen door mannen schijnt een langer leven te hebben gehad dan dat op het planten van graan, vanwege het nauwe verband tussen bonen en geesten. In Rome werden op het feest van Allerzielen bonen naar geesten gegooid, en als uit een van deze bonen een plant groeide, en een vrouw de vruchten ervan at, nam een geest in haar zijn intrek. Vandaar dat de Pythagoreeërs zich van het eten van bonen onthielden, omdat ze dan wel eens een voorvader van zijn mogelijkheid tot reïncarnatie zouden kunnen beroven.

Van Dimitra wordt gezegd dat ze Griekenland via Kreta had bereikt en in Thorikos op Attica aan land was gekomen. Dit is waarschijnlijk, want de Kretenzers hadden zich in Attica gevestigd, waar ze de zilvermijnen van Laureion exploiteerden. Bovendien is Eleusis een Mykeense plaats en Diodorus Siculus zegt dat er in Knossos met de Eleusische verwante riten werden uitgevoerd ten behoeve van allen die ze wensten bij te wonen en dat volgens de Kretenzers alle initiatieriten door hun voorouders waren uitgevonden. De oorsprong van Dimitra dient echter in Lybië te worden gezocht.

De bloemen die Kore volgens Ovidius plukte waren papavers. Een afbeelding van de godin met papaverbollen in haar hoofdtooi is in Gazi op Kreta gevonden: een andere godin, die op een heuvel in Palaiokastro is aangetroffen, houdt papavers in haar hand en op de gouden ring die deel uitmaakt van de Schat van de Akropolis van Mykene geeft een zittende Dimitra drie papaverbollen aan een staande Kore. Papaverzaad werd als kruid op brood gebruikt en papavers worden vanzelfsprekend met Dimitra geassocieerd omdat ze in korenvelden groeien. Kore plukt of krijgt echter papavers vanwege hun slaapverwekkende eigenschappen en vanwege hun scharlakenrode kleur, die herrijzenis na de dood in het vooruitzicht stelt. Ze staat op het punt zich terug te trekken voor haar jaarlijkse slaap.